De schokkende waarheid achter het knuffelen van (tijger)welpjes

Stampersgat, 28 januari 2019

Op veel plaatsen op de wereld kun je als vrijwilliger of als toerist in zeer nabij contact komen met wilde katachtigen, veelal cheeta’s, tijgers en leeuwen. Je kunt bijvoorbeeld met ze op de foto, ze de fles geven, met ze zwemmen en wandelen. Dit soort plekken stellen dat zij helpen in natuurbescherming. Ze fokken dieren die, aldus hen, later worden teruggeplaatst in het wild. De werkelijkheid is heel anders. De dieren kunnen niet terug in het wild. 

In dit nieuwsbericht zoemen we specifiek in op de tijgers. In 1900 waren er 100.000 tijgers in het wild. Nu is dit aantal gedaald naar nog maar minder dan 4.000 tijgers. Dit is een schokkende afname van ruim 96%.

Er zijn de nodige organisaties die misbruik maken van deze afname. Zij fokken tijgers met als argument dat dit zou bijdragen aan natuurbescherming. De welpen worden ingezet in toerisme bijvoorbeeld om er selfies mee te maken. Vaak wordt geclaimd dat deze dieren bij het ouder worden dan worden uitgeplaatst in het wild. Dit is niet zo. Meer en meer wordt het “normaal” gevonden om bijvoorbeeld selfies met wilde dieren te maken. Je ziet veel celebs die met ze op de foto gaan wat weer van invloed is op de perceptie van de vaak miljoenen volgers van deze mensen. Toeristen zijn bereid geld te betalen om met deze dieren op te foto te gaan en ze te aaien, alles voor het perfecte plaatje.

Wat men vaak niet weet is dat de welpen bij de geboorte van hun moeder worden gerukt, zodat ze zich niet binden aan de moeder. Dit is zowel fysiek als mentaal een kwelling voor moeder en welp. De welpjes hebben geen moedermelk met antilichamen die hen tegen ziekte beschermen. Ze worden beroofd van slaap om beschikbaar te zijn voor aaiende klanten, wat hun immuunsysteem verder verzwakt.

Om hen stil te laten zitten voor het aaien en fotograferen, worden ze fysiek gestraft als ze natuurlijk gedrag vertonen, zoals spelen, rondrennen en springen. Tijger welpen kunnen slechts rond de 12 weken worden gebruikt voordat ze fysiek al in staat zouden zijn  de vinger van een kind af te bijten. Omdat deze plekken niet dit gevaar willen lopen om slecht in het nieuws te komen doen ze na 12 weken afstand van de tijgerwelpen.

Niemand volgt wat er vervolgens met de welpen gebeurt. Ze verdwijnen gewoon - naar schatting 200 jongen per jaar verdwijnen. Sommigen komen terecht in achtertuinen, anderen bij dierentuinen langs de weg. Niemand weet hoeveel er sterven. Legitieme dierentuinen laten dit niet toe. Er zijn maar een handvol dierentuinen langs de weg die het wel doen. De dierentuinen die wel deze tijgers opnemen beweren dat het aaien van welpen helpt bij het behoud van deze diersoort, maar dit is een leugen.

Kleine welpjes zijn altijd aandoenlijk en dus de verleiding groot om met ze te willen knuffelen. Maar het is goed te bedenken dat het lieve welpje op de foto, morgen zomaar voer kan zijn om van zijn botten of huid wijn of kleden te maken. Het lot van deze dieren ligt mede in onze handen! Als wij dit soort plaatsen niet meer bezoeken, zullen er automatisch minder dieren gefokt worden.