Knuffelfarms = dierenmishandeling. Bezoek geen knuffelfarms!

Wat is canned hunting?

Canned hunting en knuffelfarms
Canned hunting betekent vrij vertaald "ingeblikt jagen" en dat is ook wat het is. Een jager kan op een klein gebied een dier doodschieten en weet dus ook dat hij altijd met een trofee thuiskomt.

Traditionele jagers zijn veelal tegen deze vorm van jagen omdat volgens hen jagen een 'sport' is. Het dier moet aldus hen, altijd de kans hebben te ontsnappen en de jager moet dus behendig zijn om het dier te kunnen vinden en doden. Dat is bij canned hunting niet het geval. De jager weet vooraf waar het dier zich bevindt en het dier kan nooit ontsnappen.

Belangrijkste verschillen reguliere trofeejacht en canned hunting

Reguliere trofeejacht;

  • Er wordt gejaagd op dieren levend in het wild;
  • Dieren worden bejaagd in grote, open ruimtes in het wild. Dier heeft kans om te ontsnappen;
  • Er is geen garantie dat de jager het dier ook daadwerkelijk kan doodschieten. En het kan ook zo zijn dat het weken duurt voordat hij het dier vindt;
  • Inkomsten van de jacht gaan (in theorie) voor een deel naar de lokale bevolking.
Canned hunting
  • Er wordt gejaagd op gefokte dieren;
  • Dieren worden bejaagd in afgesloten ruimtes, vaak op privé boerderijen. De dieren hebben geen kans om te ontsnappen;
  • De jager zal gegarandeerd het dier doodschieten omdat het dier is opgesloten in een ruimte waar hij niet uit kan ontsnappen. Zo’n soort jacht kan al binnen 1 dag gebeurt zijn;
  • De inkomsten van de jacht gaan naar de fokker van het dier.

In het filmpje onderaan deze pagina, krijg je meer inzichten hoe canned hunting werkt. 

Waar vindt canned hunting plaats
Canned hunting gebeurt op vele plaatsen in de wereld. Bijvoorbeeld in de Verenigde Staten en in Afrika. Vooral Zuid-Afrika is berucht vanwege deze vorm van jagen. Hier is de bejaagde over het algemeen de leeuw. Zuid-Afrika heeft de twijfelachtige eer het land te zijn met de meeste gefokte leeuwen binnen haar landsgrenzen die veelal gefokt zijn voor toerist en jager. Vandaar dat we hieronder ingaan op de situatie van de canned hunting leeuw in Zuid-Afrika.

Canned hunting - speciaal gefokte dieren
Bij canned hunting worden dieren speciaal gefokt voor de jacht. Er zijn canned hunting neushoorns, cheetah's, luipaarden en vele andere dieren, maar in Zuid-Afrika gaat het vooral om leeuwen. Leeuwinnen worden een soort van legbatterijen waarbij ze regelmatig welpjes voortbrengen. Deze welpen worden snel bij de moeder weggehaald waardoor de leeuwin weer snel krols wordt en dus weer bereid is te paren. Met als gevolg weer nieuwe welpjes. Jagers betalen meer geld voor een mannelijke leeuw waardoor het voorkomt dat vrouwelijke welpen na geboorte direct worden gedood.

Hoeveel gefokte leeuwen zijn er in Zuid-Afrika?
De fokindustrie van leeuwen is een ondoorzichtige industrie en cijfers zijn soms lastig verkrijgbaar. In de documentaire Blood Lions, die geheel gaat over deze industrie, stelde het verantwoordelijke Ministerie dat er op dat moment (2016) zo’n 8.000 gefokte leeuwen leefden in Zuid-Afrika. Ter indicatie: in dit land leven naar schatting nog maar zo’n 3.000 wilde leeuwen. Er zijn dus bijna driemaal zoveel gefokte dan wilde leeuwen in Zuid-Afrika.

De commerciële waarde van canned hunting
Er zijn in Zuid-Afrika circa 160 plaatsen waar leeuwen gefokt worden voor de toerist en canned hunting-industrie. Jaarlijks worden er zo'n 800-1.000 gefokte leeuwen gedood in canned hunting. Dit is het 'legale' circuit, er is ook nog een illegaal circuit. Het is dus booming business.

Gemiddeld wordt er zo’n $22.000,- betaald door een jager voor het doden van een mannelijke leeuw. Leeuwinnen brengen veel minder op: gemiddeld $5.000,-. Daarnaast komen er nog kosten voor de jager bij voor de exportvergunning en klaarmaken van de trofee (dit is onder andere preparatie van de kop van het dier zodat deze bijvoorbeeld aan de muur kan worden gehangen). 

Voorstanders van deze industrie stellen dan ook dat de inkomsten uit deze industrie belangrijk zijn voor werkgelegenheid en de economie van Zuid-Afrika. Tegenstanders vragen zich echter af of het geld simpelweg niet alleen iets oplevert voor de fokkers van de leeuwen.

Andere motieven voor canned hunting
Voorstanders van canned hunting stellen eveneens dat deze industrie bijdraagt aan natuurbescherming. Er is immers vraag naar het doodschieten van (mannelijke) leeuwen. Omdat de leeuw inmiddels sterk in aantallen achteruit gaat (naar schatting zijn er nog maar zo'n 20.000 wereldwijd), is het niet wenselijk dat jagers leeuwen in het wild doodschieten. Door de canned hunting-industrie zouden de in het wild levende leeuwen dan ook worden gespaard, aldus voorstanders.

Tegenstanders van de canned hunting-industrie stellen dat dit onzin is. Cijfers maken inzichtelijk dat de canned hunting industrie groeit maar dat tegelijkertijd ook het aantal wilde leeuwen daalt. Canned hunting draagt dus niet bij aan vermindering van druk op de wilde leeuw.

Daarnaast stellen tegenstanders van canned hunting dat dit geen ethische manier van jagen en omgaan met de natuur is. Zij stellen eveneens dat het de fokkers niet gaat om natuurbescherming maar gewoon om ordinair geld verdienen. Overigens zijn veel reguliere jagers ook tegen canned hunting welke zij beschouwen als een niet echt jagen alsook als een onethische manier van trofeejacht. 

De leeuw als medicijn
Jarenlang was het sluitstuk van de gefokte leeuw de export van zijn skelet naar Azië. Daar zijn leeuwen geliefd als vervanger van de tijger in traditionele Chinese medicijnen (TCM). Omdat dit dier bijna uitgestorven is, moet er uitgeweken worden naar nieuwe dieren. Anatomisch gezien lijkt de leeuw op de tijger. Vandaar dat er een opkomende vraag is naar leeuwenbotten.

De leeuw is een dier dat niet tot het uiterste beschermd is door wereldverdragen zoals CITES. Daarom is het relatief gemakkelijk om leeuwen te fokken en te verhandelen. Onder handel valt ook trofeejacht en export van skeletten.
 


 

Sinds 2016 mocht Zuid-Afrika van CITES een quotum opstellen voor de export van leeuwenskeletten van gefokte leeuwen. Dat was jarenlang 800. Door grote nationale en internationale druk besloot de Regering van Zuid-Afrika in 2019 dit quotum op 0 te zetten. Sinds die tijd is het dus niet langer toegestaan om skeletten van gefokte leeuwen te exporteren. Uiteraard zijn de leeuwenfokkers hier niet blij mee en sinds die tijd wordt er dus menig rechtszaak gevoerd met als insteek dat de export weer toegestaan wordt.

Meer over de bottenhandel kunt u via deze link lezen. 

De rol van knuffelfarms bij canned hunting
Op veel plaatsen in Zuid-Afrika kun je als vrijwilliger of als toerist in zeer nabij contact komen met jonge dieren, vaak leeuwen. Je kunt bijvoorbeeld met ze op de foto en als vrijwilliger kun je leeuwenwelpen de fles geven en soms met ze wandelen. Dit noemen wij een "knuffelfarm". Bij een knuffelfarm zijn altijd jonge dieren aanwezig. Wat dus een fokbeleid impliceert omdat op die manier altijd een nieuwe aanwas van dieren is zodat toeristen/vrijwilligers altijd met een jong dier kunnen knuffelen.

De rol van deze knuffelfarms is vaak dubieus. Het gebeurt regelmatig dat een welpje door de fokker wordt 'verhuurd' aan farms of "natuurbeschermingsprojecten" waar toeristen met een welpje kunnen knuffelen en vrijwilligers de welpjes kunnen verzorgen. Dit in nauw contact staan met jonge dieren is een enorme trekpleister voor vele vrijwilligers/toeristen en het levert dan ook enorm veel geld op voor de fokker en het 'project'.

Als het leeuwenwelpje groter wordt, is hij niet meer zo geschikt voor knuffelen. Hij wordt gevaarlijker. Dat is vaak het moment waarop het dier wordt ingezet voor wandelsafari’s. Het directe contact met mensen is dan minder. Echter, ook hiervoor wordt de leeuw op een gegeven moment te onberekenbaar. Dat is het moment dat het dier terug gaat naar de fokker. Als hij groot genoeg is, zal hij uiteindelijk worden ingezet als prooi voor de jager. Dit zijn vaak de perfecte dieren voor canned hunting. Door hun gebrek aan angst voor mensen, zijn ze gemakkelijk benaderbaar en dus ook gemakkelijk te doden. Een duidelijk voorbeeld hiervan zie je in dit filmpje waarbij een leeuwin vanuit een auto met pijl en boog bejaagd wordt. Ze lijkt geen angst te hebben en zelfs te willen spelen. In alles lijkt het erop dat ze gewend is aan mensen en dus hoogstwaarschijnlijk ooit een knuffelleeuw is geweest.
 
Omdat leeuwen maar beperkt ‘inzetbaar’ zijn, bij het volwassen worden zijn ze immers te gevaarlijk voor toerisme, moet er continue gefokt worden met deze dieren. Zodat men er zeker van is dat er altijd jonge (weerloze) welpen zijn voor toeristen of vrijwilligers. Daarom zijn er ook zoveel gefokte leeuwen in Zuid-Afrika. Men schat dat er tussen de 8.000 en 10.000 gefokte leeuwen leven in dit land (2026).

Natuurbescherming?
Uiteraard zijn er ook goede projecten waarbij het wel draait om natuurbescherming en de dieren niet geëxploiteerd worden. Maar het is altijd goed om als toerist of vrijwilliger alert te zijn op plaatsen waar je in nabij contact kunt komen met welpen. Zelfs als die welpen niet eindigen in de canned hunting-industrie, blijft het de vraag wat deze plaatsen nu bijdragen aan natuurbescherming. Een welpje dat gewend is geraakt aan mensen, kan zelden meer teruggeplaatst worden in het wild. Simpelweg omdat hij gewend is geraakt aan mensen en dus niet kan overleven.

Daarnaast is er helemaal geen ruimte voor deze dieren. De wilde leeuw wordt alleen getolereerd in beschermde gebieden, daarbuiten worden deze dieren veelal afgeschoten. In beschermde gebieden is helemaal geen plaats voor nieuwe, halftamme, leeuwen. Het is dus altijd de vraag waar de welpjes naar toe gaan als ze groot zijn geworden en dus niet langer dienst kunnen doen als knuffelobject. Vaak gaat het om niet meer dan ordinair geld verdienen omdat deze organisaties wel weten dat het zeer verleidelijk is om met welpjes op de foto te gaan, met ze te wandelen etc. 

Het feit dat er meer dan 8.000 gefokte leeuwen zijn, geeft aan dat dit een enorme industrie is. Een leeuw wordt pas doodgeschoten op volwassen leeftijd, pakweg vanaf vijf jaar. Tot die tijd kost een leeuw dus alleen maar geld. Dit is alleen winstgevend voor de fokker als er ergens, tot die leeftijd van vijf jaar, geld wordt verdiend. En dat gebeurt dus in de vorm van knuffelfarms. Een toerist betaalt al snel EUR 20,- voor een fotomoment. Vrijwilligers betalen al snel EUR 600,- per week om als vrijwilliger op zo'n farm aan de slag te mogen. Een knuffelleeuw levert dus heel veel geld op, precies de redenen waarom er zoveel van worden gefokt.

Wees kritisch!
Het is belangrijk om als toerist of vrijwilliger alert te zijn op plaatsen waar je in dicht contact kunt komen met (jonge) dieren en waar ook altijd een aanwas van welpjes lijkt te zijn. Het is niet eens zo moeilijk om zo'n project te herkennen, klik hier voor typische kenmerken van een knuffelfarm.

Het is beter een bezoek te brengen aan organisaties die bewezen goed (en wetenschappelijk) werk verrichten. Daarbij is het goed te beseffen dat echte natuurbeschermingsprojecten het contact tussen mens en een vrij te laten dier, zoveel mogelijk beperken. Contact met mensen vermindert de overlevingskansen van de wilde dieren en draagt dus niets bij voor het dier in kwestie.

Kleine welpjes zijn altijd aandoenlijk en dus is de verleiding groot om met ze te willen knuffelen. Maar het is goed te bedenken dat het lieve welpje op de foto, morgen zomaar (canned) hunting voer kan zijn. Het lot van deze leeuwen ligt mede in onze handen! Als wij dit soort plaatsen niet meer bezoeken, zullen er automatisch minder leeuwen gefokt worden.


Lees hier het verhaal van Jabula, een gefokte leeuw wiens leven helemaal vastgelegd is. En die daardoor een gezicht heeft gegeven aan duizenden gefokte leeuwen in Zuid-Afrika. 

Deel deze pagina